In de derde editie in de reeks over NAH++ belichten we een recent gestart onderzoek naar de begeleidingsmethode Triple-C bij cliënten met NAH+ en NAH++. ‘Triple-C gaat niet uit van de vraag hoe je probleemgedrag beheerst, maar hoe je het voorkomt.’
Welke begeleiding biedt mensen met NAH++ de grootste kans op een zo stabiel en betekenisvol mogelijk leven? Op die vraag bestaat nog geen definitief antwoord. Daarom onderzoeken Frank Willem Hogervorst en Kitty Jurrius van het Kenniscentrum NAH+ en onderzoeker Marij Middag van InteraktContour hoe de Triple-C-methodiek kan worden toegepast binnen de bestaande NAH+-zorg en welke aanpassingen nodig zijn voor de toekomstige NAH++-voorziening.
Vanaf juli 2026 wordt de methodiek gedurende drie jaar onderzocht bij vier locaties van InteraktContour, Siza en ’s Heeren Loo. Het onderzoek vormt een belangrijke stap binnen de ontwikkeling van gespecialiseerde zorg voor mensen met NAH++.
Niet het gedrag bestrijden, maar begrijpen
Triple-C is een orthopedagogische methodiek, oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking en zeer ernstig probleemgedrag. De methodiek vertrekt vanuit een fundamenteel ander uitgangspunt dan veel traditionele benaderingen.
Bij Triple-C ligt de focus op het begrijpen van de persoon achter het gedrag. Probleemgedrag ontstaat wanneer belangrijke menselijke behoeften onvoldoende worden vervuld. De methodiek richt zich daarom op onvoorwaardelijke begeleiding, het herkennen van stress- en overprikkelingssignalen en het creëren van een betekenisvolle daginvulling. Hiermee wordt getracht een context te creëren waarin het normale leven zoveel mogelijk wordt benaderd. De methodiek wordt al op diverse NAH+ locaties in Nederland toegepast.
Aanpassingen voor NAH++
Of Triple-C ook geschikt is voor mensen met NAH++, moet uit het onderzoek gaan blijken. Hogervorst: ‘Mensen met hersenletsel hebben vaak te maken met verlieservaringen, veranderingen in identiteit en complexe cognitieve en gedragsmatige gevolgen van hun letsel. Dat maakt deze doelgroep wezenlijk anders dan de groepen waarvoor Triple-C oorspronkelijk is ontwikkeld.’
‘Bij mensen met een verstandelijke beperking biedt Triple-C de mogelijkheid om hun leven beter te maken dan het ooit was. Bij NAH kun je hoogstens verlies beperken. We vermoeden dat dat een gedeeltelijk andere benadering vraagt.’ legt Hogervorst uit.
Hogervorst, Middag, Jurrius en de andere onderzoekers bekijken daarom niet alleen of en hoe Triple-C werkt, maar vooral welke onderdelen behouden kunnen blijven, welke aanpassingen nodig zijn en onder welke omstandigheden de methodiek succesvol kan worden toegepast binnen de NAH+-zorg.
Het project loopt van 2026 tot juni 2029 en zet observaties, interviews, literatuuronderzoek en gegevens uit de dagelijkse zorgpraktijk in om Triple-C te onderzoeken en waar nodig aan te passen. Hierbij worden ook ervaringen uit andere sectoren waar vergelijkbare vraagstukken spelen, zoals de zorg voor mensen met Huntington en andere groepen met ernstig probleemgedrag, meegenomen. De inzichten uit al deze bronnen worden gebruikt om Triple-C verder te ontwikkelen voor toepassing binnen de toekomstige NAH++-zorg.
De vierde editie in deze reeks over NAH++ verschijnt in februari en zal gaan over het gebouw waarin het expertisecentrum NAH++ zal worden gevestigd.