Aanmeldproces NAH+

De informatie op deze pagina is bedoeld voor:

-(Zorg)professionals buiten NAH+ landschap (overheden, gemeenten, NZA/Zorgkantoren, justitie/tbs/forensische zorg, casemanagers, huisartsen, revalidatieartsen, ziekenhuizen, multidisciplinaire teams, wijkteams) 

-(Zorg)professionals binnen ons landschap, om met stakeholders te communiceren over ‘waar wij van zijn’ en ‘hoe een vraag over aanmelding kan worden gesteld’. 

Aanmelding via een REC of DEC

Let op! Aanmelding kan alleen plaatsvinden door een REC of DEC. 
Heb jij of jouw naaste vermoedelijk NAH+ of ben je medewerker van een zorgorganisatie die geen REC of DEC is en je wenst meer informatie over plaatsing of opname? Neem dan contact op met de klantenafdeling van een van de aangesloten organisaties. 

Hoe verloopt de aanmeldprocedure? 

Met een indicatie NAH+ kunnen patiënten toegang verkrijgen tot plaatsing in een Regionaal Expertisecentrum (REC) of een Doelgroep Expertisecentrum (DEC). Een indicatie-aanvraag voor NAH+ kan pas worden ingediend als alle reguliere zorg- en behandelopties zijn geprobeerd, maar geen stabiele situatie hebben opgeleverd. De indiening gebeurt alleen in samenwerking met een REC of DEC. Tijdens de aanmeldprocedure blijft de verantwoordelijkheid voor de cliënt bij de zorgorganisatie die de vraag stelt. 

Stap 1. Vermoeden NAH+

  • Als een zorgorganisatie ernstig vastloopt met de zorg voor een persoon met NAH en de organisatie zich afvraagt of er mogelijk sprake is van NAH+, kunnen zij het NAH+ Kompas invullen. Dit is een praktisch hulpmiddel voor professionals die ondersteuning zoeken bij complexe NAH-vraagstukken. Het is bedoeld voor professionals in het sociaal domein, casemanagers, behandelen en begeleiders, verwijzers en professionals die niet dagelijks met de doelgroep NAH+ werken. Het invullen is niet verplicht, maar een nuttige eerste oriëntatie.
  • Als het vermoeden dat de persoon NAH+-zorg nodig heeft blijft bestaan, kan in contact worden getreden met één van de RECs of DECs in de regio van de aanvragende organisatie. 
  • Hierbij wordt in eerste instantie het woonplaatsbeginsel gehanteerd: het REC of DEC dat het dichtst bij de woonplaats van de cliënt ligt, is de organisatie die kan worden benaderd. 
  • Dit REC of DEC bekijkt welke zorg en ondersteuning al is geboden en wat er nog mist. 
  • Als het nodig is wordt een Consultatie en Advies-traject opgestart. Al-dan-niet in samenwerking met het CCE. Mogelijke uitkomsten kunnen zijn: 
  • Het REC/DEC constateert dat de persoon onder de exclusiecriteria valt 
  • REC/DEC constateert dat er nog opties zijn die kunnen worden ondernomen en geeft indien gewenst hierover advies. 

Stap 2. Invullen Wegingsinstrument

  • Als alle zorgopties zijn doorlopen, inclusief CCA, en geen van deze heeft tot de gewenste stabiliteit geleid, en als de cliënt binnen de insluitingscriteria van NAH+ valt, kan het REC of DEC overwegen de cliënt aan te melden bij het Expertteam voor het (mogelijk) verkrijgen van de indicatie NAH+. 
  • Hiervoor vult het REC of DEC in afstemming met de huidige zorgaanbieder het Wegingsinstrument in. Dit gezamenlijk ingevulde instrument wordt dan voorgelegd aan de Expertteams. In de Expertteams zitten onder andere GZ-psychologen, klinisch neuropsychologen, psychiaters en specialisten ouderengeneeskunde die werkzaam zijn bij de zorg- en behandelinstellingen in het NAH+ zorglandschap. 

Stap 3. Indicatiestelling en plaatsing

Als het Expertteam vaststelt dat de patiënt de indicatie NAH+ heeft, kan de plaatsing in een REC of DEC in werking worden gezet. De Expertteams streven naar een maximale doorlooptijd van 6 weken. 

Als er geen plaats is in het aanvragende REC of DEC, wordt de cliënt op de wachtlijst geplaatst en wordt overlegd met andere RECs en DECs of zij eventueel capaciteit hebben voor de cliënt voor wie de indicatieaanvraag is gedaan. 

Als het Expertteam tot de conclusie komt dat hier toch geen sprake is van NAH+ kan samen met het REC of DEC afgestemd worden wat een mogelijke vervolgroute is. Zonder deze indicatiestelling door de Expertteams is opname in een REC of DEC niet mogelijk. 

Welke rol heeft het zorgkantoor?

Het zorgkantoor koopt de zorg in voor mensen met een NAH+-indicatie. Het zorgkantoor heeft kennis van de RECs of DECs in de regio en kan als er een vermoeden is dat er sprake is van NAH+, naar hen verwijzen zodat er door het REC of DEC meegekeken kan worden naar welke zorg het meest passend is voor de cliënt of zodat een Consultatie en Advies-traject opgestart kan worden. Dit zou uiteindelijk kunnen leiden tot een NAH+ indicatie, maar kan ook tot andere zorg leiden. 

Kunnen patiënten ook landelijk aangemeld worden?

Patiënten kunnen alleen via de bovenstaande methode aangemeld worden. Kijk hier voor het dichtstbijzijnde REC of DEC. 

Inclusiecriteria NAH+

 In de beleidsregel is de doelgroep NAH+ en NAH++ afgebakend en wordt als volgt bepaald: 

Dit moet leeg blijven

  • Volwassenen (≥18 jaar) met zeer ernstig probleemgedrag door niet‑aangeboren hersenletsel (NAH), die doorgaans een Wlz‑indicatie hebben voor één van de volgende zorgprofielen: VV7, VV8, LG6, LG7, VG7 of GGZ Wonen 5. 


Aan alle onderstaande punten moet zijn voldaan:
 

  • Diagnose NAH 
    De cliënt is door een neuroloog gediagnosticeerd met niet‑aangeboren hersenletsel: hersenletsel ten gevolge van welke oorzaak dan ook, anders dan rondom of vanwege de geboorte ontstaan, dat leidt tot een onomkeerbare breuk in de levenslijn en tot aangewezen zijn op hulpverlening. 
  • Verlies van regie / probleemgedrag 
    Er is sprake van (zeer) ernstig verlies van regie over het eigen gedrag, blijkend uit de frequentie en/of ernst én de (emotionele) impact voor de cliënt en diens omgeving. 
  • Ernstige stoornis in zelfregulering + bijkomende stoornissen 
    Er is een (zeer) ernstige stoornis in de zelfregulering van het emotioneel functioneren, in combinatie met één of meer van de volgende: 
    • Ernstige meervoudige cognitieve stoornissen, waaronder in elk geval executieve functies en/of sociale cognitie; 
    • Onvoldoende vermogen tot of ontbreken van inzicht in het eigen functioneren en/of zelfreflectie; 
    • Stoornis in prikkelverwerking (sensorische informatieverwerking). 
  • Noodzaak tot hoogbeveiligde setting 
    De cliënt is niet in staat het eigen probleemgedrag aan te passen, waardoor noodzaak bestaat tot een toegeruste omgeving met 24/7 begeleiding, direct toezicht, bescherming en/of beveiliging. 
  • Reguliere Wlz‑zorg is uitgeput 
    Alle mogelijkheden van reguliere Wlz‑zorg (conform beroepsrichtlijnen) zijn uitgeput. Er kan worden aangenomen dat een eerdere opname mét behandeling niet heeft geleid tot verbetering van het probleemgedrag. De complexiteit en vereiste expertise kunnen aanleiding zijn tot opname in het DEC. 
  • (I)ADL‑noodzaak 
    Er is vrijwel altijd sprake van lichamelijke of neurologische gevolgen van het hersenletsel waardoor hulp bij of overname van (instrumentele) ADL ((I)ADL) noodzakelijk is. 
     

Kan – maar hoeft niet – aanwezig te zijn 

  • Verstandelijke beperking (bovengrens IQ = 70) of laag sociaal‑emotioneel niveau premorbide; 
  • Premorbide psychiatrische stoornis of persoonlijkheidsproblematiek; 
  • Psychiatrische stoornis als direct gevolg van het hersenletsel of later ontstaan; 
  • Onvrijwillige zorg. 

Exclusiecriteria NAH+

Cliënten komen niet in aanmerking indien sprake is van één of meer van de volgende: 

Dit moet leeg blijven

  • De cliënt voldoet aan de criteria van een andere LVHC‑doelgroep (D‑ZEP, LBS, MS, Huntington, Korsakov, GP+); 
  • Progressieve hersenziekte; 
  • Actieve ontregelende verslaving zonder voldoende motivatie om te werken aan abstinentie; 
  • Onder toezicht van justitiële instanties of recent onder een justitiële maatregel, 

Toelichting exclusiecriterium justitieel toezicht

Dit moet leeg blijven

Het uitsluitingscriterium is bedoeld om te voorkomen dat cliënten die primair onder een justitiële titel vallen of waarbij veiligheids- en strafrechtelijke kaders leidend zijn, worden opgenomen binnen een DEC/REC NAH+ wat niet is ingericht op het uitvoeren van strafrechtelijke maatregelen. 

Het criterium moet echter zorgvuldig worden toegepast, omdat cliënten met NAH+ soms wel in aanraking komen met justitie als gevolg van hun hersenletsel, zonder dat zij daarmee tot de forensische doelgroep behoren. 

Wanneer leidt justitieel toezicht tot uitsluiting?

  • Op het moment dat de cliënt een lopende strafrechtelijke titel heeft waarbij toezicht, voorwaarden of beveiliging vanuit justitie leidend zijn (bijv. TBS, reclasseringstoezicht met strikte voorwaarden, detentie, voorwaardelijke invrijheidsstelling met intensieve monitoring (voorbeeld enkelband). 
  • De justitiële maatregel vraagt om een forensisch behandelklimaat, zoals risicomanagement gericht op recidivepreventie. 
  • De gedragsproblematiek wordt primair geduid als forensisch van aard, niet als gevolg van NAH. 
  • Het REC/DEC NAH+ onvoldoende is toegerust om te voldoen aan de veiligheids- en verantwoordingsvereisten die vanuit justitie worden gesteld. 

Dit moet leeg blijven

  • De cliënt voldoet aan de criteria van een andere LVHC‑doelgroep (D‑ZEP, LBS, MS, Huntington, Korsakov, GP+); 
  • Progressieve hersenziekte; 
  • Actieve ontregelende verslaving zonder voldoende motivatie om te werken aan abstinentie; 
  • Onder toezicht van justitiële instanties of recent onder een justitiële maatregel, 

Wanneer cliënten met NAH+ wél gebruik kunnen maken van een DEC/REC NAH+

Het uitsluitingscriterium betekent niet dat iedere cliënt met een justitieel verleden wordt uitgesloten. Het criterium is bedoeld om cliënten uit te sluiten waarbij het strafrechtelijke kader leidend is. 

  • de justitiële maatregel is afgerond, er is geen lopend toezicht meer door reclassering of andere justitiële instanties. 
  • De cliënt heeft geen recidiverisico dat een forensisch kader vereist 
  • De cliënt heeft geen strafrechtelijke voorwaarden die de zorg sturen 
  • de gedragsproblematiek voortkomt uit NAH, de zorgvraag primair zorginhoudelijk is 
  • de cliënt voldoet aan de NAH+ doelgroepcriteria 
  • Plaatsingen waarbij maatregelen nodig zijn die vallen onder de Wet Zorg en Dwang/Wet vGGZ (deze maatregelen vallen buiten het strafrechtelijk kader) worden later in de handreiking toegelicht. 

Procedurele voorwaarden

Dit moet leeg blijven

  • Voorafgaand aan declaratie stelt een onafhankelijk landelijk expertteam vast dat de cliënt behoort tot de hierboven beschreven NAH+‑doelgroep. 
  • Het multidisciplinaire team (MDT) van het expertisecentrum stelt – onder verantwoordelijkheid van een specialist ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten, BIG‑geregistreerde psycholoog of psychiater – de noodzaak tot opname in het DEC vast. De regiebehandelaar verklaart in het zorgdossier dat de cliëntkenmerken aansluiten bij de te leveren DEC‑zorg. 

De NAH+ indicatie start met een volledig ingevuld Wegingsinstrument:

Het betrokken REC of DEC meldt de client aan, met behulp van het Wegingsinstrument. Het Expertteam gaat over tot beoordeling op basis van: 

Een volledig ingevuld Wegingsinstrument – met onderliggende indicatoren 

  1. Psychische problemen vóór en/of los van het hersenletsel 
  2. Ernst van het hersenletsel 
  3. Beperking qua motivatie/initiatief 
  4. Beperking qua inzicht/besef 
  5. Cognitieve stoornissen door hersenletsel 
  6. Emotie- en gedragsproblemen primair door het hersenletsel 
  7. Psychische problemen secundair aan het hersenletsel 
  8. Somatische risico’s in relatie tot het hersenletsel 
  9. Functioneringsproblemen (persoonlijk en maatschappelijk) 
  10. Stagnerende hulpverleningsgeschiedenis – en/of plaatsingsproblematiek 
  11. Systeemproblematiek 
  12. Risicotaxatie: risico op terugkeer probleemgedrag bij afschaling van de zorg 


Op elke indicator zijn inhoudelijke factoren van toepassing. Aangevuld met een toelichting ter verduidelijking.
  Op de pagina Indicatiestelling vind je video’s die helpen bij het invullen van het Wegingsinstrument.Hieronder hebben we twee factoren nader uitgewerkt ter illustratie.

Factoren die van toepassing zijn op indicator 1

  • Waren er voor het hersenletsel problemen op het gebied van coping, persoonlijkheid of psychiatrie? 
  • Is er sprake van een vastgestelde diagnose? 
  • Is iemand in zorg geweest voor deze problemen, heeft er een behandeling voor plaatsgevonden? 
  • In hoeverre is de psychische problematiek veranderd als gevolg van het hersenletsel? 
  • Is er sprake van verslaving? Heeft iemand een actuele indicatie voor klinische verslavingsbehandeling? 

Factoren die van toepassing zijn op indicator 6

  • Denk aan: agressie/agitatie; frontaalbeeld;  apathie; ontremming; hallucinaties / wanen 
  • Hoe vaak komt het voor? 
  • Wat is impact op dagelijks leven? 
  • Voor wie is dit een probleem? 
  • Vraagt dit om inzet van Vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM)? 
    voorkeursmeetinstrument: NPI