19 mei 2026

Het MONAH-onderzoek

Wat leren we van onze zorg voor mensen met NAH+?

Binnen het Expertisenetwerk NAH+ zijn sinds deze maand de metingen voor het MONAH-onderzoek van start gegaan. Binnen MONAH, ofwel Monitoring NAH+, wordt gevolgd wat de zorg in RECs en DECs daadwerkelijk oplevert voor cliënten, hun naasten én zorgverleners.

Het zorglandschap voor mensen met NAH+ is de afgelopen jaren opgebouwd om passende, hooggespecialiseerde zorg te bieden aan mensen met NAH+. Maar werkt dat ook zoals bedoeld? Precies die vraag staat centraal in MONAH.

Van praktijk naar inzicht
Iris Westers, klinisch neuropsycholoog bij ’s Heeren Loo en projectleider bij het Kenniscentrum NAH+, leidt het MONAH-onderzoek. Ze heeft een monitor ontwikkeld die op een systematische manier informatie verzamelt over de kwaliteit van leven, het ervaren welzijn en eventuele gedragsproblemen van mensen met NAH+. ‘We vragen cliënten bijvoorbeeld: waar word je blij van, en wat vind je juist lastig? Dat zegt soms meer dan alleen scores op vragenlijsten,’ legt Iris uit. Ook naasten en zorgprofessionals vullen vragenlijsten in, bijvoorbeeld over het functioneren van de cliënten en de belasting die zij ervaren in het verlenen van zorg. ‘We hebben de monitoring zo ingericht dat het onderdeel is van de reguliere zorg. Zo weinig mogelijk ernaast, anders gaat het gewoon niet werken,’ vertelt Iris. ‘Op deze manier ontstaat een breed beeld, zonder de praktijk onnodig te belasten.’

Wat levert de zorg op?
Het onderzoek richt zich onder andere op de vraag of verblijf in een REC of DEC NAH+ leidt tot minder klachten en probleemgedrag, een hogere kwaliteit van leven en een verlichting van de belasting voor zorgverleners. Ook minder direct meetbare effecten spelen een rol. Iris: ‘Het kan bijvoorbeeld zijn dat gedrag niet meteen verandert, maar dat professionals cliënten beter leren begrijpen, waardoor de zorg beter aansluit.’

Pilot
Op dit moment bevindt MONAH zich in de startfase. Tussen mei en september 2026 loopt een pilot waarin de expertisecentra de monitoring voor een eerste groep cliënten uitvoeren.

In deze periode wordt niet alleen data verzameld, maar ook geëvalueerd of de werkwijze goed aansluit op de praktijk. Iris: ‘De uitkomsten van deze fase worden gebruikt om de monitor verder aan te scherpen, voordat deze breder in het netwerk wordt ingezet.’

Deel dit bericht: